Geluk - toelichting op de uitgiften

1.
De tiendkaart


De strook aan de oost en noordzijde van het hier besroken gebied wordt gevormd door recente uitgiften van na circa 1790. Dit wordt bevestigd door een oude tiendkaart van rond 1900, die op de tekening hiernaast op de kadasterkaart van 1832 is geprojecteerd. De recente uitgiften behoorden tot de novalia of nieuwe tienden.











2.
Perceel nr. 1


Cijnzen aan de heer van Helmond werden betaald voor percelen die in de periode 1190-1314 van de gemeente aan particulieren verkocht werden. Op perceel nr. 1 rustte zo'n cijns en wel van 1 oude penning en 3 oude oort (ofwel 1 3/4 oude penning). De cijns is nooit gesplitst en er zijn geen aanwijzingen dat de cijns ooit verplaatst is. We nemen aan dat de cijns vanaf de uitgifte in 1190-1314 op dit perceel gerust heeft. Omgerekend volgens de gebruikelijke norm was het oorspronkelijk uitgegeven perceel ongeveer 90 roeden groot. Volgens het maatboek van 1792 was het perceel toen 115 roeden groot, wat redelijk goed overeenkomt.

Het perceel kan in de loop der eeuwen ook een beetje vergroot zijn. De beschrijving van 1702 van Geluk nr. 1 en Akert nr. 22 vermeldt als deel van de omschrijving van de bede: "het nieu lant van de gmeijnte, bede: 0-0-2". Gezien het bedrag betreft het een klein perceeltje, dat we verder niet gevonden hebben in de Veghelse archieven.


3.
Perceel nr. 7


Perceel nr. 7 was in de achttiende eeuw belast met een cijns van 1 oude penning aan de hertog van Brabant. Het betreft een in de periode 1380-1392 van de gemene gronden uitgegeven perceel van 1 lopens. Het perceel werd bij de uitgifte omschreven als "vuytfang op Zytart waer zijn schuur op staet". Kennelijk is de cijns op een gegeven moment verhuisd van Zijtaart naar Geluk, nr. 7. Vermoedelijk gebeurde dat in de zeventiende eeuw, toen Geluk nr. 7 in handen was van Michiel Donckers, die ook op Zijtaart (perceel nrs. 35, 37 en 38), deel 2) gegoed was. Zie de toelichting bij Zijtaart.


4.
Perceel nr. 9 en 10


Perceel nrs. 9 en 10 waren in 1826 belast met een cijns aan de heer van Helmond. Perceel nr. 10 werd pas in 1803 van de gemeente gekocht en bij beschrijvingen van perceel nr. 9 uit 1722 en 1780 wordt deze cijns nog niet genoemd. De cijns is kennelijk pas na 1780 aan dit perceel (of deze percelen) verbonden geraakt.


5.
Perceel nr. 17


Perceel nummer 17 was volgens een akte uit 1785 belast met twee cijnzen aan de heer van Helmond, samen 0-1-6. In de adminstratie van de heer van Helmond vanaf de zestiende eeuw hebben deze cijnzen nummer Hm-54 (0-0-6) en nummer Hm-73 (0-1-0).

Hm-54 komt voort uit een cijns die in de administratie van de heer van Helmond in de vijftiende eeuw nummer Hm-129 heeft. Deze cijns wordt in 1406 omschreven als: 3 nieuwe obolen betaald uit huis en hofstad eertijds van Mette van Braken.

Hm-73 komt voor uit Hm-115 (oude nummering). De cijns wordt in 1406 omschreven als: 6 nieuwe penningen betaald uit het erfgoed van Matheus, zoon van Rudolphus Vos (Vulpis). Hm-115 werd in 1455 in twee delen gesplitst. Beide delen kwamen daarna weer in een hand.


Zover is te overzien zijn deze beide cijnzen vanaf 1406 altijd volledig aan perceel nr. 17 verbonden geweest Omgerekend volgens de gebruikelijke norm was het oorspronkelijke in 1190-1314 uitgegeven oppervlakte van beide cijnzen samen 5 lopens. We nemen aan dat het om een deel van perceel nr. 11 en nrs. 15 en 17 gaat.


6.
Perceel nr. 25


Op perceel nr. 25 rustte in de zeventiende eeuw een cijns van 2 oude penningen (omgerekend in de toen gangbare munten: 8 penningen) te betalen aan de heer van Helmond. In de administratie van de heer van Helmond vanaf de zestiende eeuw heeft deze cijns nummer Hm-194 (nieuwe nummering).

In de administratie van de heer van Helmond van de vijftiende eeuw is deze cijns een deel van cijns nummer Hm-106 (oude nummering). Deze cijns wordt in de vijftiende eeuw opgesplitst en in de zeventiende eeuw rustte een deel op Ham, perceel nr. 1, een deel op Ham nr. 20 en een deel op Geluk nr. 25.

Volgens de beschrijving uit 1406 werd de cijns betaald uit het goed van Arnoldus Ywanus. Nu was Geluk perceel nr. 28, grenzend aan Geluk nr. 25, ook belast met een cijns aan Helmond uit goed van Arnoldus Ywanus. Die cijns is na 1406 nooit gesplitst en hoorde dus vrijwel zeker oorspronkelijk op Geluk nr. 28 thuis. We nemen daarom aan dat Hm-106 oud oorspronkelijk geheel op Geluk nr. 25 rustte.

In de volgende tabel zijn alle cijnbetalers van Hm-106 (oud) vermeld.

 

Deel 1: 4 oude penningen uit het erfgoed van wijlen Arnoldus Ywanuss

 

 

De weduwe en kinderen van Egidius Ywanus Vermeld in 1406 en 1421
Roverus, zoon van Ancelius Goeswinuss Verwerving in 1421-1442
In 1442 wordt deel 1 gesplitst
 
 
Deel 1.1: Uit het erfgoed van wijlen Arnoldus Ywanuss, 2 1/2 oude penningen  
Leonius van der Horst, Egidius, zoon van Ancelius, en de weduwe en kinderen van wijlen Ywanus Ancelius Verwerving in 1442, vermeld in 1447
De 4 kinderen van Deenkinus, zoon van Wilhelmus Verwerving in 1447-1465
Gerardus, zoon van Daniel, zoon van Wilhelmus, en Daniel van Havelt Verwerving in 1447-1465
In 1455 wordt deel 1.1 gesplitst
 
 
Deel 1.1.1: Uit een erfgoed aen Heeberch genaamd Ywaens Hostat, 1/2 oude penning Ham nr. 1
Johannes, genaamd van der Steen, verwante van Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving in 1455, vermeld in 1465
Henricus, zoon van Johannes, zoon van Henricus Thomas Verwerving in 1465-1507, vermeld in 1507
Cornelis, zoon van Henricus Dekkers (Tectoris)
 
Verwerving na 1507
Deel 1.1.2: Uit een erfgoed gelegen aan de Heeberch, 2 oude penningen Ham nr. 1
Gerardus, zoon van Daniel, zoon van Wilhelmus, en Daniel van Havelt Blijft in 1455 in bezit, vermeld in 1465
Johannes, zoon van wijlen Henricus Thomas Verwerving in 1465-1498
Henricus, zoon van Johannes, zoon van Henricus Thomas Verwerving in 1465-1507, vermeld in 1507
Cornelis, zoon van Henricus Dekkers (Tectoris)
 
Verwerving na 1507
Deel 1.2: uit het erfgoed van wijlen Arnoldus Ywanuss, 2 1/2 oude penningen  
Arnoldus, zoon van Arnoldus van der Heijden met zijn broers en zussen Verwerving in 1442, vermeld in 1447
Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving omstreeks 1448
Deel 2: 3 1/2 oude penningen uit het erfgoed van Arnoldus, zoon van Ywanus  
Ywanus, zoon van Arnoldus Ywanus Vermeld in 1406
Hilla, dochter van Ywanus, zoon van Arnoldus Ywanus Verwerving in 1406-1421
Elizabeth, dochter van Petrus van Wetten Verwerving in 1421-1447, vermeld in 1447
Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving in 1448
Deel 1.2: 2 1/2 oude penningen uit een erfgoed gelegen int Hanvelt en Heeberch
Deel 2: 2 1/2 oude penningen uit een erfgoed aan de Heeberch
 
Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving omstreeks 1448
De weduwe van Daniel, zoon van Wilhelmus met haar 3 kinderen Vererving in 1448-1455
In 1455 worden deel 1.2 en 2 gesplitst  
Deel (1.2+2) 1: 1 oude penning  
Johannes van der Steen, schoonzoon van wijlen Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving in 1455
Henricus, zoon van Wilhelmus Danielis Verwerving in 1455-1458
Amelius, zoon van Johannes van der Steghen Verwerving in 1458
Deel (1.2+2) 2: 4 oude penningen uit een erfgoed gelegen in Hanvelt en Heeberch  
Gerardus, zoon van Daniel, zoon van Wilhelmus Verwerving in 1455
In 1460 wordt deel (1.2+2) 2 gesplitst  
Deel (1.2+2) 2.1: 2 oude penningen uit een erfgoed aen Heeberch  
Henricus, zoon van Wilhelmus Danielis Verwerving in 1460
Amelius, zoon van Johannes van der Steghen Verwerving in 1460-1465
Deel (1.2+2) 1+2.1: 3 oude penningen uit een erfgoed gelegen aen Heeberch Ham-20
Amelius, zoon van Johannes van der Steghen Vermeld in 1465 en in 1507
De 6 kinderen van Amelius, zoon van Johannes van der Steghen Vererving na 1507
Wilhelmus, zoon van Henricus, de oude Vererving na 1507
Godefridus, zoon van (,,)
 
Vererving na 1507
Deel (1.2+2) 2.2: 2 oude penningen uit een erfgoed in Havelt Geluk 25
Wilhelmus genaamd Overlender Verwerving in 1460
De weduwe van Ruyl(..), zoon van Johannes Deckers (Tectoris) Verwerving in 1465-1507
Yda, dochter van Henricus Gerlacus
 
Verwerving na 1507



7.
De Balckcijnzen


Percelen nrs. 1, 4 en 11 waren belast met een zogenoemde balkcijns, te betalen aan het dorp van Veghel. Balkcijnzen kwamen voort uit de omslag van de cijns voor de gemeint in 1310 en een al eerder gekregen recht van weerschap. Na 1310 versteende deze omslag, er waren geen wijzingingen meer. De genoemde huizen stonden er dus al in 1310.
 

Kaart van Veghel     Geluk